Na jarenlange misstanden rondom de adoptie van kinderen uit het buitenland, kwam er een subsidieregeling van de overheid als ‘goedmaker’. Die subsidiepotjes zijn voor stichtingen die geadopteerden onder meer helpen bij de zoektocht naar hun biologische ouders. Een mooi gebaar, maar in de praktijk blijkt dat slecht te werken.

Een groot deel van de ruim 40.000 geadopteerden in Nederland zit nog altijd met vragen: wie zijn mijn biologische ouders? Waar kom ik vandaan? Ben ik vrijwillig afgestaan? Vragen die vaak leiden tot onzekerheid, boosheid en veel verdriet.

Garantie op antwoorden is er niet. Maar een subsidie moet geadopteerden ondersteunen bij de zoektocht naar hun identiteit en afkomst. Het kabinet stelde jaarlijks 600.000 euro beschikbaar, waarvan een deel bedoeld is voor ondersteuning bij die zoektochten.

Misstanden

De subsidieregeling werd opgezet nadat in 2021 grove misstanden aan het licht kwamen rondom adopties uit het buitenland. Zo bleek er sprake te zijn van kinderdiefstal, kinderhandel en vervalsing van documenten. De commissie-Joustra concludeerde dat de overheid er jarenlang van heeft weggekeken.

Maar nu blijkt dat slechts een klein deel van de geadopteerden gebruik kan maken van de subsidie: in totaal adopteerde Nederland kinderen uit meer dan tachtig verschillende landen, terwijl er slechts een handjevol belangenorganisaties zijn die reizen organiseren en die in aanmerking komen voor subsidie. Het resultaat is dat meer dan de helft van het geld op de plank blijft liggen. Terwijl er heel veel geadopteerden zijn die er dolgraag gebruik van willen maken.

Voor Paula Vrolijk – die vanwege de eenkindpolitiek in China noodgedwongen werd afgestaan – pakte de subsidieregeling goed uit. Ze vond haar familie terug. Maar Jade van der Zalm greep mis. Omdat er geen stichting is die reizen organiseert naar haar provincie van herkomst kan zij dus niet naar China met subsidie:

Anne-Marie, oorspronkelijk uit Iran, is ook al jaren bezig met een zoektocht naar haar roots. Ze heeft recent een tattoo laten zetten met haar vinddatum en de naam ‘Neda’, die ze kreeg in het kindertehuis waar ze verbleef vóór haar adoptie. Ze is zelfs al teruggeweest naar Iran, maar spreekt de taal niet.

“Dat was wel een moment waar ik echt heel erg in tranen in het vliegtuig zat. Het gevoel dat je voor de eerste keer boven je geboortegrond in de lucht hangt”, zegt Anne-Marie.

Met de subsidie kunnen onder andere de kosten voor een tolk en gids worden betaald, die bijvoorbeeld helpen bij het contact met kindertehuizen en lokale bewoners. Reis en verblijf zijn voor rekening van de geadopteerden zelf.

Anne-Marie heeft maar één heel grote wens. “Dat ik mijn echte moeder leer kennen en het liefst echte familie ontmoet. Daar ben ik erg mee bezig. Mijn leven is nu een standbeeld zonder sokkel.”

Ze zou dolgraag verder willen zoeken, maar kan zich nergens aanmelden. Er is simpelweg geen stichting voor geadopteerden uit Iran die ‘rootsreizen’ organiseert. Daarom moet ze alles zelf betalen. “Ik vind het oneerlijk. Hoezo voor dat land wel en voor dit land niet?”

‘Ongewenst’

Tjibbe Joustra, de oud-voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar interlandelijke adoptie, heeft er geen goed woord voor over. “De kern van ons rapport was dat de overheid verantwoordelijkheid moest nemen. En niet weer allerlei private organisaties moet inschakelen. Dat dit nu zo gebeurt is ongewenst.”

De aanbeveling van de commissie-Joustra was: “dat de overheid haar geschonden relatie met geadopteerden, adoptieouders en geboorteouders en -familie moet herstellen. Een voorwaarde hiervoor is de erkenning door de overheid dat zij tekortgeschoten is in het tegengaan van adoptiemisstanden. Daarbij past een houding van openheid en transparantie naar diegenen die informatie uit het verleden willen achterhalen”.

Verlenging regeling

Het ministerie van Justitie & Veiligheid, dat over de subsidies gaat, is zich ervan bewust dat er niet voor alle geadopteerden uit de verschillende landen van herkomst een belangenorganisatie bestaat. Het probleem heeft volgens het ministerie de aandacht en zal “worden meegenomen in de overwegingen over de eventuele verlenging van de regeling na oktober 2027”, laat het ministerie Nieuwsuur weten.

Het expertisecentrum INEA, waar interlandelijk geadopteerden terecht kunnen voor ondersteuning bij vragen over hun adoptie, probeert nu alvast in kaart te brengen hoe het zoeken naar familie in een aantal landen werkt. INEA zal geen reizen gaan organiseren.