Bijna twee op de drie kraamverzorgenden vinden dat ze onvoldoende zorg kunnen leveren aan gezinnen. Dat blijkt uit een enquête van Nieuwsuur. Veertig procent van de kraamverzorgenden geeft aan dat de baby meer hulp nodig heeft.
Te weinig kraamzorg kan schadelijk zijn voor baby’s. Als de verzorgende minder tijd dan gebruikelijk doorbrengt met de baby, schieten sommige controles erbij in. Zo wordt soms de temperatuur of het gewicht van de baby minder vaak opgenomen dan zou moeten.
Waar hebben ouders recht op?
Als er geen tekorten zouden zijn, krijgen ouders 49 uur kraamzorg, verspreid over meerdere dagen. Als dat niet lukt, is er een wettelijk minimum van minimaal 24 uur kraamzorg. Maar ook dat aantal wordt lang niet altijd gehaald vanwege het tekort aan kraamverzorgenden. Bovendien weten ouders soms pas relatief laat of ze aanspraak kunnen maken op kraamzorg, en zo ja, hoeveel.
De enquête is verspreid onder leden van FNV Kraamzorg en ingevuld door 335 kraamverzorgenden. Het grootste probleem dat zij noemen is dat borstvoedingen mislukken omdat er te weinig tijd is om te helpen. Wanneer te laat wordt opgemerkt dat een kind onvoldoende drinkt, kan het te veel gewicht verliezen of uitdrogen. In het ergste geval moet de baby dan naar het ziekenhuis.
Het kraamzorgtekort treft ook moeders. Deelnemers aan de enquête noemen voorbeelden van vrouwen die na een keizersnede te weinig rust nemen. Bovendien kunnen keizersnedewonden gaan ontsteken.
Interne bloeding
Dat het goed mis kan gaan, weet Yonna Boonekamp-Snijders. Al vroeg in haar zwangerschap weet ze de datum van haar keizersnede en ze communiceert dit meermaals met het kraambureau. Maar als ze thuiskomt na de bevalling blijkt dat er geen kraamverzorger beschikbaar is. Er is dus niemand die controleert of alles in orde is met moeder en kind.
Diezelfde nacht krijgt Boonekamp-Snijders een inwendige bloeding, waarna ze vier liter bloed verliest. “In de ambulance naar het ziekenhuis had ik de gedachte: als ik nu mijn ogen dichtdoe, weet ik niet of ik ze ooit weer opendoe.” Ze kwam er weer bovenop, maar vijf maanden later is het nog een groot trauma.
Of de kraamverzorger deze zogenoemde secundaire fluxus – ernstig bloedverlies minimaal 24 uur na de bevalling – had kunnen signaleren, is niet te zeggen. “Maar er was niemand om mij te controleren. En wat ik wel zeker weet: als mij eerder was verteld dat er geen kraamverzorger zou komen, had ik in het ziekenhuis moeten blijven. En dan waren de gevolgen van de bloeding veel minder groot geweest.”
Ook Michele belandde na de geboorte van haar dochter in het ziekenhuis. Voor haar gevoel heeft haar kraamhulp haar leven gered:
Meerdere ziekenhuizen laten Nieuwsuur weten dat het voorkomt dat kersverse moeders langer bij hen moeten blijven omdat ze thuis nog geen kraamzorg hebben. Dit leidt weer tot hogere zorgkosten.
Gynaecoloog Jacky Lagendijk is niet verrast door de uitkomsten van de enquête. Ze deed een aantal jaar terug namens het Erasmus MC zelf onderzoek, waaruit bleek dat mensen die te weinig of zelfs helemaal geen kraamzorg krijgen, het jaar daarna hogere zorgkosten hebben.
Samenwerking niet goed
Zorgverzekeraars hebben zorgplicht en zijn ervoor verantwoordelijk dat ouders toegang hebben tot minimaal 24 uur kraamzorg. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op deze zorgplicht. Volgens NZa-bestuurslid Karina Raaijmakers was de samenwerking tussen zorgverzekeraars en kraamzorgorganisaties tot een paar jaar geleden niet goed geregeld, waardoor zorgverzekeraars slecht zicht hadden op de problemen.
“We zien de afgelopen jaren dat dat verbetert, waardoor er goede initiatieven ontstaan om ervoor te zorgen dat er meer inzicht komt”, zegt Raaijmakers. “Maar het is nog niet op het niveau dat je op tijd kunt signaleren waar knelpunten ontstaan en dat daarnaar wordt gehandeld. Dus dat hebben we ook teruggegeven aan de zorgverzekeraars.”
Geen zorg in bepaalde gebieden
Vorige maand berichtte Nieuwsuur al dat de landelijke dekking van kraamzorg onder druk staat, onder meer doordat sommige zorgorganisaties stoppen in bepaalde gebieden, met name in sociaaleconomische achterstandswijken. Lagendijk maakt zich daar zorgen over: juist in achterstandswijken wonen baby’s met hogere medische risico’s. Zij hebben bij uitstek kraamzorg nodig.
NZa-bestuurslid Raaijmakers noemt het “onwenselijk” dat kraamzorginstellingen ervoor kiezen niet in bepaalde postcodegebieden te opereren. Met name als dat een commerciële afweging is. “Op dit moment is het mogelijk als zorgaanbieder om winst te maken. Maar er ligt in de Tweede Kamer een wetsvoorstel om daar stappen in te zetten. Dan zouden wij als toezichthouder ook meer mogelijkheden hebben daar iets aan te doen.”
