Fouilleren, vuurwerkhonden, stadionverboden: ondanks strenge maatregelen lukt het voetbalclubs maar niet om vuurwerk buiten de stadions te houden. Kunnen clubs de beveiliging van de stadions wel alleen aan? Paul Depla, burgemeester van Breda en lid van de Regiegroep Voetbal en Veiligheid, zegt van niet. Hij pleit voor hulp vanuit de overheid.

“Deze voetbalclubs lijken misschien wel multinationals, maar als je naar de organisatie kijkt, is het meer vergelijkbaar met een midden- en kleinbedrijf”, zegt Depla, die ook in de Sportraad zit, een orgaan dat de overheid adviseert over sport.

In het betaald voetbal zijn de clubs verantwoordelijk voor de veiligheid in het stadion. “Net zoals een kroegbaas verantwoordelijk is voor wat er in zijn kroeg gebeurt, is de club verantwoordelijk voor de veiligheid in de stadions”, zegt Depla. Volgens hem zijn de clubs in het betaald voetbal er niet op toegerust om die veiligheid zelf te organiseren.

Depla wijst op de grote maatschappelijke betekenis van voetbal en doet daarom een beroep op de overheid. “Of je er nu wel of niet van houdt, vanuit dat maatschappelijke belang moet je durven zeggen als overheid: wij stappen naar voren. De voetbalwereld moet stappen zetten om de veiligheid te vergroten, maar we laten de clubs dit niet alleen oplossen.”

Ajax-directeur Menno Geelen bood vanochtend in een videoboodschap zijn “oprechte excuses” aan. “Aan iedereen, vooral de mensen die in het stadion zaten.” Hij spreekt van een “gitzwarte” avond.

Op de vraag hoe dit kon gebeuren, zegt hij dat er extra maatregelen zijn genomen sinds er bij de wedstrijd Ajax – Heerenveen vorige maand ook vuurwerk werd afgestoken. “Met vuurwerkhonden en extra fouilleren. Maar zoals het er nu uitziet, is er een nooduitgang van binnenuit met geweld geforceerd.”

Daardoor konden mensen zonder kaartje en mét vuurwerk het stadion in komen. “Ook hordes gasten die al een stadionverbod hadden en helemaal niet naar binnen mochten”, zegt sportjournalist Sam van Raalte, die onderzoek doet naar de cultuur van supportersgroepen.

Loyale supporters

Dat Ajax deze excessen maar moeilijk weet uit te bannen, komt volgens hem doordat de F-side, zoals de harde kern wordt genoemd, veel macht heeft. “Het zijn de meest loyale supporters die de club overal achternareizen. Maar een deel daarvan gaat soms over de schreef. En dan gaat het ook goed mis.”

Volgens Raalte is het een “dun koord” waar de Ajax-directie op moet balanceren. “Als sportbestuurder móet je een relatie onderhouden met die fanatieke supporters. Maar als het sportief slecht gaat en bestuurlijk een chaos is, zoals nu bij Ajax, is het moeilijker voor de club om een bepaald overwicht te hebben ten opzichte van die supporters.”

In landen als Spanje en het Verenigd Koninkrijk worden hele supportersgroepen collectief uit het stadion verbannen. “Wat je dan weer krijgt, is dat de sfeer in het stadion heel doods wordt”, zegt Raalte. “Als je in Barcelona naar een voetbalwedstrijd gaat, is het bijna alsof je in een bioscoop zit. Qua sfeer is het de vraag of je dat moet willen.”

Vuurwerk legaliseren

Anderen zien een heel andere oplossing: vuurwerk legaliseren. Volgens Frank Kriellaars, voorzitter van Supporterscollectief Nederland, is vuurwerk een “essentieel onderdeel van de voetbalcultuur”. “Het is moeilijk in woorden uit te leggen wat het doet. Het geeft een stukje magie. We zouden graag het gesprek aangaan hoe je dat kunt legaliseren.”

Kriellaars keurt af wat er gisteren gebeurde in de Johan Cruijff Arena. Hij is fel tegen vuurwerk dat op het veld wordt afgeschoten, maar fakkels op de tribune zouden wat hem betreft wel moeten worden toegestaan. “Die rode gloed die dan over het stadion gaat is echt een boost voor de sfeer van de wedstrijd.”

Kriellaars wijst op een proef in Noorwegen, waar op de tribune bepaalde vakken worden aangewezen waar supporters fakkels mogen afsteken. “Op die tribunes staan dingen waar supporters de fakkel in kunnen uitdrukken. Waar het nu juist op heel drukke tribunedelen gebeurt, kun je het ook in goede banen leiden door ruimte te creëren.”