Iedereen is het erover eens dat er nooit een zogenoemde bangalijst met vrouwelijke studenten verspreid had mogen worden, zegt strafrechtadvocaat Bart Nooitgedagt. Maar dat nu vier Utrechtse studenten worden vervolgd, noemt hij disproportioneel. “Deze eerstejaarsstudenten zijn niet verantwoordelijk voor de cultuur waarin zij handelden.”
Het Openbaar Ministerie maakte vandaag bekend dat vier leden van vereniging USC worden vervolgd voor het verspreiden van een document met beledigende inhoud. Op de zogenoemde bangalijst staan persoonlijke (contact)gegevens en foto’s van 28 studentes, voorzien van grof commentaar. Volgens het OM is het maken in dit geval niet strafbaar, maar het verspreiden wel.
De cliënt van Nooitgedagt ontkent dat hij het document destijds verspreidde. “Hij heeft met een medestudent de zogenoemde grietenpresentatie gemaakt. Dat deed hij in opdracht van oudejaars. In een ander huis vroegen ze om de presentatie door te sturen. Uiteindelijk is het document door iemand de wereld ingestuurd. Toen is de schade ontstaan. Dat is bij iedereen in het gezicht ontploft, dat is nooit de bedoeling geweest.”
Zijn cliënt “betreurt het ten zeerste, ook voor de vrouwen”.
Na de verspreiding van de bangalijst kondigden ouders van vrouwen op de lijst juridische stappen aan. Aan Nieuwsuur vertelden zij dat hun dochters te maken kregen met gillende mensen aan de telefoon, of vunzige voorstellen van wildvreemde mannen. “Ze kregen honderden telefoontjes”, zegt Ina Brouwer, die een deel van de vrouwen bijstaat. “Ze hebben nog steeds het gevoel dat op moeten letten.”
Volgens Brouwer hadden de verdachten de gevolgen van hun actie wel degelijk kunnen inschatten. “De verdachten zijn misschien nog jong, maar dat geldt precies zo voor de vrouwen op de lijst. Een deel van hen zit nu met een trauma.”
Het OM zegt nu tot vervolging over te gaan, wat het bij een eerdere bangalijst-zaak niet deed, omdat beledigingen via internet tegenwoordig grotere gevolgen hebben voor slachtoffers. “En we kijken als maatschappij nu anders aan tegen dit soort feiten, dat je als groep mannen dit soort dingen zegt over een groep vrouwen”, zegt persofficier Bart Nitrauw. “Deze zaak heeft veel teweeggebracht in de maatschappij en daar zijn we niet blind voor.”
Maar volgens advocaat Nooitgedagt wordt de maatschappelijke discussie over een cultuurverandering nu gevoerd over de rug van vier jongens. “Zij zitten nu in een juridische strijd, terwijl zij slechts een klein onderdeel zijn van een jarenlange studentencultuur. Zij hebben deze cultuur niet verzonnen. Het OM pakt de verkeerde. Als het OM normstellend bezig wil zijn en een cultuurverandering wil bevorderen, moet je kijken waar dit vandaan komt.”
Maar, vindt Brouwer, juist omdat uitingen “in deze digitale tijd zoveel ellende kunnen veroorzaken, moet je weten wat je doet. Laat dit proces dan maar eens goed duidelijk maken dat het afgelopen moet zijn met dit gedrag.”
Reacties: ‘Walgelijk gedrag moet tot verleden behoren’
USC zegt “de ernst van deze kwestie” te erkennen en afstand te nemen “van het gedrag dat hiermee samenhangt”. “Wij vertrouwen erop dat de zaak zorgvuldig wordt behandeld en wachten verdere ontwikkelingen af.”
UVSV, de vereniging van de vrouwen op de lijst, noemt de vervolging “een belangrijk signaal […] aangezien het OM hiermee de ernst van (online) grensoverschrijdend gedrag en de intense gevolgen voor de slachtoffers erkent”.
Onderwijsminister Eppo Bruins (NSC) wil niet op de vervolging ingaan. “Maar het is belangrijk dat iedereen een veilige en vooral leuke studententijd kan hebben. Het belanden op dergelijke lijsten is daar volstrekt het tegenovergestelde van. Uitspattingen van walgelijk gedrag moeten tot het verleden behoren.”
Een moeder van een van de vrouwen op de lijst ziet de vervolging als een vorm van erkenning. “Toen de lijst verspreid werd, leek het alsof het leven voor de daders gewoon doorging, terwijl de gevolgen voor degenen op de lijst zo groot waren.”
De Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht laten samen weten nu geen extra maatregelen te nemen rondom USC.
