Mariëtte Hamer, regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, laakt de houding van de Atletiekunie inzake de affaire-Zoë Sedney. “Deze zaak draait om ernstige feiten, die strafbaar zijn. De Atletiekunie heeft, zoals iedere werkgever, naar de melder en de beschuldigde de verplichting om beleid te maken tegen grensoverschrijdend gedrag en om een melding zorgvuldig te behandelen.”

Hamer reageert daarmee tegenover de NOS op het verhaal van atlete Zoë Sedney. Die verklaarde in een interview met het hardloopblad Runner’s World te weinig steun van de Atletiekunie te hebben ontvangen in haar strijd om erkenning, nadat ze slachtoffer was geworden van grensoverschrijdend gedrag van een teamgenoot.

Die maakte in de zomer van 2023 beelden van haar terwijl ze samen intiem waren. Volgens Sedney (23) werden de beelden daarop door de man gedeeld onder andere atleten van de nationale selectie.

Geslachtofferd

De Atletiekunie stuurde de mannelijke atleet aanvankelijk naar huis. Sedney maakte daarop volgens haar in overleg met de bond een stappenplan met voorwaarden waaraan moest worden voldaan om de betreffende atleet te kunnen laten terugkeren op nationaal sportcentrum Papendal.

Zonder haar daarin te kennen, liet de Atletiekunie vervolgens haar trainingsgenoot zijn rentree maken in het nationale keurkorps. Volgens Sedney zou daar “geen open gesprek, geen eerlijke uitleg of verklaring” van de Atletiekunie aan vooraf zijn gegaan.

Sedney, die door de gebeurtenissen in een depressie belandde, is ervan overtuigd dat ze werd geslachtofferd. “Hij was nodig voor de Spelen.”

“Het zorgvuldig afhandelen van een melding betekent onder meer dat de communicatie met betrokkenen goed moet zijn, dat zij op de hoogte worden gehouden en dat stappen worden aangekondigd en toegelicht”, vervolgt Hamer.

“Dit is niet alleen van belang voor een goed vervolg, maar draagt ook bij aan herstel. Zeker als twee atleten weer met elkaar moeten werken, is dat herstel van vertrouwen buitengewoon belangrijk. Als dit niet goed gebeurt, kan dit grote gevolgen hebben voor het welzijn van de betrokkenen, en dat lijkt hier ook het geval te zijn.”

Geen privékwestie

Het standpunt dat de Atletiekunie sinds het begin van de kwestie inneemt, bevreemdt de regeringscommissaris. “Ik vind het opvallend dat, zoals ik eerder al heb aangegeven, de Atletiekunie deze zaak als een privékwestie beschouwde. Niet alleen zijn de betrokkenen twee medewerkers die regelmatig contact hadden, de gebeurtenis heeft ook impact op het hele team gehad. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de melding kwam van een andere atleet.”

“Onder atleten die zo nauw samenwerken om tot topprestaties te komen kan dit niet alleen invloed hebben op hun welzijn, maar ook op hun gevoel van (sociale) veiligheid. De regels van het Instituut Sportrecht rond seksuele intimidatie gelden in veel gevallen ook buiten de sportaccommodatie. Daarom kan dit mijns inziens niet zomaar worden opgevat als een privékwestie.”

Prestatiecultuur is risico

“Ik zie regelmatig dat een veilige omgang wordt belemmerd door de nadruk op de prestatiecultuur. Zeker in de sport is dat een risico. Dat mag nooit het geval zijn. Werkgevers, ook in de sport, zijn verplicht om te werken aan een veilige werkomgeving. Dit zal bovendien de prestaties ten goede komen.”

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wil op korte termijn komen tot een onafhankelijk integriteitscentrum voor de sport met de naam Integere Sport Nederland (ISN). Het brengt daartoe een wetsvoorstel in consultatie. Dat zegt staatssecretaris Judith Tielen (Jeugd, Preventie en Sport) tegen de NOS. Het idee van een dergelijk onafhankelijk instituut is niet nieuw. Voorgangers van Tielen opperden dit ook al, maar die plannen werden tot nu toe nog niet concreet.

Niet autonoom

Sporters die te maken hebben met zaken als (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, matchfixing en doping kunnen nu terecht bij Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN). Dat valt formeel onder de zakelijk directeur van nationale sportkoepel NOC*NSF en is daarmee niet autonoom.

In haar reactie looft staatssecretaris Tielen (VVD) de atlete om haar openheid in de zaak. “Ik vind het indrukwekkend dat Zoë Sedney haar verhaal vertelt in de openbaarheid. Het is moedig van haar om haar verhaal te delen en haar woorden over vergeving maken veel indruk op mij.”

“Grensoverschrijdend gedrag hoort nergens thuis, ook niet in de sport”, benadrukt ook de bewindsvrouw. “Een veilige en integere sport voor iedereen is een belangrijk fundament voor een sterke sportsector. Tot het centrum Integere Sport Nederland is opgericht, blijf ik benadrukken dat het belangrijk is om bij (het vermoeden van) grensoverschrijdend gedrag contact op te nemen met het Centrum Veilige Sport Nederland.”

NOC*NSF heeft niet geantwoord op het verzoek om een reactie op het verhaal van Sedney.